Begin 1900 hadden veel Amerikaanse bioscopen last van ontzettend tegenvallende omzetten gedurende de zomer maanden en in enkele staten was het het hele jaar niet uit te houden in de filmzalen, toen waren dit nog eenvoudige gebouwen zonder ramen, deuren of andere vormen van ventilatie.

Een jonge Amerikaanse ingenieur (Carrier) bedacht een systeem wat op basis van een vloeistof met een laag kookpunt werd verdampt in het binnentoestel (de verdamper) en weer condenseert (vloeibaar wordt) in een buiten toestel (de condensor / condensator). Het eerste ontwerp was gemaakt voor een drukkerij om daar de temperatuur in de werkomgeving omlaag te brengen. De jonge ingenieur nam zijn idee mee naar de grote film maatschappijen, die veelal aandeelhouders van de bioscopen waren en dus baat hadden bij volle zalen.

In 1924 werd de eerste bioscoop / cinema zaal de Rivoli in New York uitgerust met de voorloper van de airco zoals wij hem nu kennen en met succes. Binnen 5 jaar waren er c.a. 300 bioscopen in de Verenigde Staten uitgerust met het luchtkoelings systeem. De omzetten stegen bij de bioscopen spectaculair en sindsdien is in meer en meer landen en werkomgevingen de Airconditioning algemeen goed geworden.

Verdere ontwikkelingen door de jaren heen zijn:

  • airco’s die het principe ook omdraaien (dus verwarmen)
  • design vormgeving
  • split units, meerdere systemen op één buitenunit hebben hangen en diverse apparaten kunnen koelen, zoals koelkasten en vriezers.